Gemeentemuseum Maassluis toont ‘Heel veel Van Heel’‘Toosje’: glimp uit privécollectie Jan van Heel
‘Toosje’, Jan van Heel, 50x60 cm, olieverf op doek (uit de privécollectie Van Heel-Poort)
Het Gemeentemuseum Maassluis staat met de tentoonstelling 'Heel veel Van Heel' stil bij de 20e sterfdag van Jan van Heel (5 oktober). Met de overzichtsexpositie wordt de Haagse schilder van 17 oktober 2010 tot en met 27 februari 2011 postuum geëerd. Het getoonde werk behelst een lange periode in zijn oeuvre. Er is werk te zien uit de jaren veertig van de vorige eeuw, maar ook uit de jaren tachtig. Al het werk is afkomstig uit schenkingen. Het eerste gedeelte dankt het museum aan een schenking van het echtpaar De Vries-Schotman uit Delft. Het tweede gedeelte van de collectie werd geschonken door Jan van Heel en zijn vrouw Marike van Heel-Poort.
Jan van Heel wordt gerekend tot de belangrijke na-oorlogse Haagse schilders, van wie veel werk te vinden is in grote musea als Het Stedelijk Museum Amsterdam, Boijmans Van Beuningen Rotterdam, Van Abbemuseum Eindhoven, Centraal Museum Utrecht en het Haags Gemeentemuseum. Verder bevindt zijn werk zich in de Nederlandse en Belgische Rijkscollectie en in veel particuliere collecties over de hele wereld. Tot de na-oorlogse generatie Haagse schilders worden onder meer gerekend: Westerik, Hussem en Kamerlingh Onnes.
Het Gemeentemuseum Maassluis heeft bijna doorlopend werk van Jan van Heel aan de muur, maar het komt niet zo vaak voor, dat er ruimte en tijd te vinden is voor een grote overzichtstentoonstelling. Voor deze tentoonstelling is bovendien een werk uit de privécollectie van Van Heel te zien. 'Toosje' heeft gediend als afbeelding voor de uitnodiging en in de tentoonstelling heeft het een prominente plaats gekregen. Het portret heeft voor de weduwe van Jan van Heel een zeer persoonlijke
betekenis.
Omdat het museum eveneens werk verzamelt van Nederlandse tijdgenoten van Jan van Heel, is er in dezelfde periode een kleinere zaal met werk van hen ingericht. Tot en met eind november 2010 is daar werk te zien van Otto B. de Kat, Jeanne Bieruma Oosting en Sierk Schröder.
Opvallend in de Van Heel-collectie van het Gemeentemuseum Maassluis zijn de Spaanse landschappen in aardetinten en niet te vergeten zijn clowns. In de tentoonstelling zijn beide geliefde thema's van Jan van Heel ruimschoots vertegenwoordigd. Bijzonder zijn de werken die wel wat weg hebben van oude verkleurde Italiaanse fresco's. De verf van deze werkstukken lijkt afgesleten, weg gekrabd en de kleuren vervaagd tot vale vlekken. Dit levert onbestemde maar wonderschone tinten op: de schoonheid van de vergankelijkheid. Het is of Jan van Heel de verf eerst in een dikke droge laag heeft opgebracht en de voorstellingen door wegkrabben uit die laag tevoorschijn komen. Het gaat daarbij niet om weergave van een tafel of een huis, maar om een filosofische benadering van het begrip 'tafel' of 'huis'.
In al het werk van Van Heel is de liefde voor de materie te bespeuren. Zo kan een klein onderdeel van een schilderij in het oog springen door een spannend gebruik van verfspatten op een dun geverfde ondergrond. Daardoorheen staan enkele ragdunne lijnen. Dat levert als het ware een
schilderij in een schilderij op.
Jan van Heel wordt wel de schilder van het voorbijgaande genoemd, maar hij toont tevens het tijdloze, dat blijft voortduren.
Klik hier om dit
venster te sluiten
|
|